Medemblik. In Nederland ontvangt men ons met dekens en warme kleding en moeten wij eerst voorlopig wonen in barakken in een opvangcentrum voor repatrianten uit Indië, vlakbij Medemblik op het platteland, in afwachting van een huis, dat ons zou worden toegewezen door de Marine. Het leek op een soort interneringskamp, echter met het verschil dat je hier vrij was om in en uit te lopen, er degelijke bedden en meubels waren, en toch ook privacy voor ons als gezin. We woonden met z’n drieën in een kleine kamer van de barak met twee beden en een klein bedje, een tafel en twee stoelen.
Foto: mama, zwanger van Guus, met papa in Medemblik
Herinnering. Mama deed de was op een centrale wasplaats, die op het midden van het plein stond met een cementen verhoging en een afdak erboven, aan alle kanten toegankelijk met afstapjes/treetjes. De was deed je nog met zo’n wasbord en een soort centrifuge van twee houten balken naast elkaar, die je tegengesteld draaiden als je aan de hendel zwengelde.
Mama stopte de was ertussen en draaide dan aan de hendel, zodat de was er uitgewrongen aan de andere kant weer uitkwam. Ik moest van haar ervoor zorgen dat het dan ook weer in een andere ijzeren teil terecht kwam.Zo herinner ik mij ook de rabarbermoes die ze maakte. Ik vond het heerlijk en hielp haar maar al te graag rabarbers plukken (soms ook wel stiekum) voor dit gerecht. Alles was nieuw, en een grote uitdaging voor ons jong gezinnetje. In ieder geval herinner ik mij dat mama altijd vrolijk was en het leven een grote uitdaging vond. We hebben hier volgens mij een maand of drie gewoond.
Bakkum/Kuilman. Al spoedig vond de Marine een prettigere woonplek voor ons en verhuisden we al na enkele maanden naar Bakkum, waar we één dubbele, grote kamer bewoonden boven het café-restaurant en pension van de familie Kuilman, die ook nog aan de achterkant een heerlijke banketbakkerij hadden. Eén van de dochters van de heer Kuilman wist zich nog heel goed te herinneren hoe mama, hoogzwanger, met een kind aan haar rokken en een grote wadjang in haar armen, gevuld met allerlei vreemd geurende kruiden en specerijen kwam aanlopen. Het duurde dan ook niet lang of de Indische cultuur maakte zich ook meester van de keuken van het pension, tot groot vermaak en genot van eenieder die daar woonde of kwam. Uit die tijd herinner ik mij mijn eerste sneeuwbui, mijn eerste Sinterklaasfeest (litteken boven mijn linkeroog, veroorzaakt doordat iemand me in haar enthousiasme per ongeluk tegen de kachel duwde, toen Sint Nicolaas binnenkwam) en mijn eerste bijna-ongeluk met een motorfiets, die ik niet zag aankomen toen ik plotseling overstak.
Mijn moeder is daar in dat pension/banketbakkerij ook heel erg dik geworden, zegt ze, en zeker na de geboorte van Guusje. De heer Kuilman spoot maar al te vaak en graag slagroom in de monden van al die jonge Marine-vrouwen die daar voorlopig gehuisvest waren.
Guusje is geboren op 13 november 1950, in Heemskerk in het oude ziekenhuis, waarin de zorg nog gedaan werd door de nonnen. Ik kan me herinneren dat er ook een kapel was, waar de nonnen de H. Mis zongen. Het was een spannende tijd en ik miste mijn mammie ook heel erg. Maar toen ik het kindje zag, was ik heel verrukt van die kleine handjes en voetjes en die donkere oogjes. En het was dan ook een hele vrolijke baby, met veel haar. Wij waren allemaal dol op haar. Ik was vanaf dat moment geen enigst kind meer, maar had de rijkdom van een zusje erbij, die ik later mocht helpen melk te geven, te verschonen en voorzichtig haartjes te kammen.
Ja, ik leerde het al vroeg! Mama betrok me dan ook overal bij.
Bergen-Binnen/Heddes. Na pension Kuilman hebben we nog tijdelijk gewoond in Bergen-Binnen, in pension Heddes, tegenover de speeltuin naast het Pannekoekenrestaurant en aan de rand van het waterleidingsgebied, totdat we een woning kregen toegewezen door de Marine in Nieuw Den Helder aan de Ligusterstraat 18. Hier hebben wij gewoond tot aan ons vertrek in 1957 naar Hollandia, de hoofdstad van Nederlands Nieuw Guinea.
Nieuw Den Helder/Ligusterstraat 18. Uit deze periode herinner ik me best wel veel. Zoals de watersnood in 1953, toen papa als marineman ook moest helpen. Hij heeft me verteld dat hij heeft geholpen met het aanleggen van ‘dijken’ met zandzakken. Een angstige tijd!
Ik herinner mij ook de vuurtoren, Lange Jaap, die elke nacht door mijn kamer scheen. Toen ik ouder was telde ik elke straal, als mama ons ’s-avonds alleen liet, wanneer ze dacht dat we sliepen, om naar tante Nora te gaan, die een paar straten verderop in de Kamperfoeliestraat 37 woonde, totdat zij terug was. Op de grond lagen dan vele pluisjes van mijn deken, die ik eraf plukte, in mijn angst om alleen te zijn.
Papa was als korporaal-telegrafist veel op zee – bij oefeningen in Natoverband, zoals dat heette. En mama kon er slecht tegen - alleen thuis te zitten. Ze nam Guus in het begin altijd mee en was dan veel bij tante Nora, die jongere kinderen had. Ik werd geacht al groot genoeg te zijn, om alleen thuis te kunnen blijven. Ik herinner mij wel mijn grote angst als het ’s-avonds wel eens hard regende, onweerde en bliksemde, en mijn moeder niet thuis was. Ik kroop helemaal in elkaar onder mijn deken.
In die tijd hadden we ook een kachel en mama had niet altijd kolen om te stoken. Dan moest ik hout verzamelen op de bouwplaats van de flats langs de Jan Verfailleweg. Eén keer werd ik betrapt door een politieman, en naar huis gebracht, waar mama een reprimande kreeg. Wat heb ik toen in mijn broek geplast van angst.
Texel. En die keer dat papa niet rechtstreeks thuis kwam, nadat hij meer dan drie maanden op zee was geweest. Mama wist hoe laat het oorlogsschip zou aankomen en verwachtte papa binnen twee uren thuis. Na vier uren was hij nog niet thuis. Ze werd ongerust en belde naar de Marine. Papa bleek na een spoedtelefoontje direct te zijn vertrokken naar Santpoort, waar de familie van zijn oudste broer Boet, woonde, om hen te helpen. Mama, woedend, heeft ons -met een tas vol met broodjes en drinken en verschoning - meegenomen naar Texel. Tegenover ons deed mama heel gewoon. Ik weet nog dat we in Texel aan de rand van een bos zaten te picknicken en mama ons het verhaal vertelde van Roodkapje en de boze wolf, waardoor we niet ver durfden af te dwalen van de plek waar zij zat. Ik herinner mij de ruzie met papa achteraf vaag, maar dat er wel vele boze woorden vielen, met veel pijn en verdriet. Achteraf hoorde ik van mama dat dit conflict bijna op een scheiding is uitgelopen. Papa, zo zei ze tegen mij, moest leren zijn eigen gezin op de eerste plaats te stellen, bovenaan de lijst van alle mensen, familieleden (tante Willy, Ietje en Louise) en kennissen (familie Crooy) die hij ook wilde ondersteunen. Eerst zijn gezin en dan pas de anderen. Dit was het eerste grote conflict die ik bewust meemaakte tussen mijn ouders. Hoe erg het was, hoorde ik pas later.
Mijn moeder. Mijn moeder hield me later voor dat zij als jong meisje eigenlijk nooit het huishouden heeft leren doen. Daar waren baboes voor in Indië, zei ze. Dus, zo redeneerde ze, was het voor haar extra zwaar om alles vanaf het begin dat ze in Nederland kwam, aan te leren. En ze leerde snel. In schoonmaken is Ma nooit een held geweest, maar daarin ondersteunde Pa haar wel. Maar koken kon zij als de beste. Met alle adviezen van haar moeder in haar hoofd, de ervaring in Kampili en het Nederlandsch Indisch Kookboek van Bep Vuijck, dat zij heeft meegekregen van haar ouders, heeft zij zich de Indische keuken volledig eigen gemaakt als een volleerde kok van de eerste rang. En ook de was was haar paradepaardje. Niemand kon de witte was witter krijgen dan zij. Dat deed ze dan ook heel zorgvuldig. Als marinevrouw leerde ze zich behelpen. Als ze niet rond kon komen van de toelage van papa, dan ging ze naar de haven waar ze sigaretten en tabak en alle andere spullen die papa uit het buitenland meenam, aan de man bracht, om eten te kunnen kopen voor ons. Ook naaide ze zelf onze kleding, maar ook wel eens kleding voor andere mensen, want ze kon heel goed met de naaimachine omgaan.
Ook kon ze heel goed haken. Ze haakte met heel fijn garen prachtige tafelkleedjes, zelfs spreien, en valletjes en gordijntjes. Met het geld dat ze daaraan verdiende, kon ze tezamen met de marinetoelage van papa goed rondkomen. Ze werd in die tijd dan ook heel zelfstandig. En als papa terugkwam van zee, hadden we wel drie dagen feest. Dat wil dan zeggen, dat ze alle lievelingsgerechten kookte voor papa. En hij vergat ook nooit iets voor ons allemaal wat mee te nemen uit den vreemden.
Mama kon er alleen niet zo goed tegen, dat hij zich bemoeide met het huishouden en sommige dingen deed op een andere manier dan zij nu gewend was. Ook in de opvoeding van Guusje en Cisca moesten mama en papa elke keer weer moeite doen om op één lijn te komen staan.
Maar het moment van weer afscheid nemen was altijd heel moeilijk voor beiden en dan stroomden de tranen bij mama weer over haar wangen. Het lot van een zeemansvrouw is niet gemakkelijk. Net gewend en gewaagd aan elkaar en alweer dat moment van afscheid nemen.
Ze had geen gemakkelijk leven, maar had het voor geen goud willen ruilen met een ander.
Foto:
familie Akkerman-Grillet, Ligusterstraat 18, Nieuw Den Helder (1e H. Communie Cisca)
Vertrek naar Nederlands Nieuw Guinea.
Toen papa een overplaatsing kreeg naar Hollandia, de hoofdstad van Nederlands Nieuw Guinea, mocht hij mama en ons meenemen. Een kans die zij zich niet lieten ontnemen.
De foto hieronder laat mama en papa zien op de dag van vertrek. Allebei diep bedroefd door het afscheid en het feit dat het weerzien pas vele maanden later zou volgen.

Papa vertrok in 1956 naar Nederlands Nieuw Guinea om daar een nieuw zendstation op te bouwen voor de verbindingsdienst van de Marine. Ook trof hij daar alle maatregelen die nodig waren om ons daar te huisvesten. Wij volgden ruim een half jaar later. Eerst moest mama ervoor zorgen dat alles wat echt noodzakelijk was, verscheept kon worden met Varenkamp. De grote kist waarin alles werd opgeslagen, werd later in Hollandia voor mij omgebouwd tot een kamertje, waarin ik kon spelen. Ook herinner ik mij dat we allemaal nog eerst naar de tandarts moesten, voor een goed onderhoud van alle tanden en kiezen, ter voorbereiding op de jaren in Nieuw Guinea, een kolonie van Nederland, waar mogelijk een dergelijke luxe niet bestond. Ik herinner mij dat de tandarts, op de hoogte van ons komend vertrek naar dat verre land, besloot – zonder mijn ouders daarvan in kennis te stellen, tegelijkertijd vier kiezen te boren en te vullen, zodat ik geen last zou krijgen van gaatjes. Ik was toen 9 jaar.
Dit tot grote boosheid van mijn ouders, die jarenlang een juridische procedure hebben gevoerd tegen dit eigenmachtig handelen. Hoe dit verder is afgelopen weet ik niet meer met zekerheid te vertellen. Wel weet ik dat mijn ouders dit toch hebben moeten betalen.
We vertrokken half 1957 naar Hollandia. Ik zat toen in de derde klas van de Lagere School, Guusje in de eerste klas. In Hollandia zouden we onmiddellijk weer naar dezelfde klas op een Rooms-Katholieke lagere school gaan.
Van de vliegreis kan ik mij toch nog veel herinneren.
In Rome bleven we in het vliegtuig zitten, die moest bijtanken voor de grote overtocht richting Zuidoost-Azië, naar Biak, een eiland ten noorden van Nieuw Guinea, waar we moesten overstappen op een klein vliegtuigje, de Kroonduif, naar Hollandia. Daar zou papa ons van het vliegveld 'Kota Baru' afhalen, samen met oom Ed.
In Karachi herinner ik mij van het hotel waar we moesten overnachten de kamer, waarvan het raam in de badkamer aan de achterkant van het hotel uitkeek op een oude vieze, donkere straat. De badkamer had een grote drum of ton, waarin het water zat. Dus toen mama ons zei dat we moesten mandiën (baden), dachten we dat we in die drum moesten gaan staan, om ons te wassen. Dus tot grote ontzetting maar ook vermaak van onze mama waren we daar elkaar aan het nat gooien. De bedoeling was eigenlijk dat we met de plastic steelpannetjes water uit die drum moesten scheppen en over ons heen moesten gooien. Er was een putje in de vloer van de badkamer, waarin het water dan afliep. Dus mama had een hoop werk aan ons.
In Biak moesten we eerst overnachten in het hotel, dat tegenover het vliegveld Mokmer gelegen was. De Kroonduif vertrok pas de volgende middag naar Hollandia.
In Hollandia aangekomen bleek papa er nog niet te zijn. Ik heb mama lang niet zo teleurgesteld gezien, en ongerust, omdat ze ook eerst aan een mogelijk ongeluk dacht dat hem zou kunnen overkomen. Alle mogelijke scenario’s passeerden haar gedachtengang, zo vertelde ze me later. Ik herinner mij de open landrover die kwam aanrijden met oom Ed aan het stuur en papa ernaast. Hij was zo blij ons te zien. Maar toen achteraf bleek waarom ze zo laat waren, wilde mama onmiddellijk weer op het vliegtuig stappen, terug naar Nederland.
Het bleek dat papa tante Vera beloofd had haar rijlessen te geven op de dag dat hij ons moest afhalen van het vliegveld. En zij stond erop dat hij zijn belofte hield, ondanks het feit dat hij in tijdnood kwam. Papa kon geen 'neen' zeggen, en gaf weer voorrang aan andere beloftes dan de belofte aan zijn vrouw, op tijd te zijn op het vliegveld. Een tweede incident die bijna leidde tot een scheiding, zei mama later. Alweer stelde hij zijn gezin niet prior en kon hij niet omgaan met dubbele afspraken.
We zijn gelukkig toch gebleven, na vele spijtbetuigingen en beloftes van papa en het feit dat hij zo had toegeleefd naar dit moment van hereniging van zijn gezin. Dat bleek toch ook wel uit zijn brieven in de afgelopen periode.
Dus in de open landrover zijn we, al hobbelend over de wegen, eerst naar Dock 5, gereden waar de bungalow van oom Ed en tante Vera was gelegen. Ik heb in grote verwondering om de bungalow heen gelopen die vlak aan de rand van een oerwoud was gelegen. Ik voelde de sterke magnetische aantrekkingskracht van het oerwoud met al haar vreemde geluiden van insekten, vogels, krekels en wie weet wat voor dieren nog meer. Ademloos liep ik daar rond, achter vuurvliegjes aan en probeerde ze aan te raken. In wat voor een avontuur was ik beland?
Maar papa riep me binnen voor het eten. Tante Vera had Indisch gekookt en haar (nu nog steeds) beroemde roti koekoes gemaakt. Na de catering in de DC-7 hadden wij dan ook een gezonde trek en smulden.
Na het eten vertrokken wij naar onze woning - die klaar stond in Dock 8 - helemaal gelegen bovenaan een slingerende weg naar het bovenste gedeelte van de berghelling. Mama stond te popelen om die woning haar helemaal eigen te maken. En al gauw was al het leed over de ontvangst bij aankomst vergeten, toen ze zag hoe papa zijn best had gedaan om de woning goed in te richten met de meest noodzakelijke meubels, die hij daar kon krijgen.
Het was een enerverende dag. Het gezin was herenigd en zielsgelukkig, maar twee dagen later moesten we al meteen naar school. Guusje naar de eerste en Cisca naar de derde klas.Zie volgend bericht in archief 2008: De jaren in Nederlands Nieuw Guinea 1957 - 1960
Link voor mama's heerlijke recept Pastei Toetoep (nu 'tutup'): hier klikken
No comments:
Post a Comment